Bestuursmededeling met betrekking tot de N.O.P.
De Vereniging van Opvangcentra van Niet-gedomesticeerde Dieren (VOND) behartigt de belangen van opvangcentra die niet-gedomesticeerde dieren opvangen. Naast deze ondersteunende functie streeft de VOND naar een goede kwaliteit van de opvang. De VOND stelt daarom eisen aan de kwaliteit van de bij haar aangesloten opvangcentra, zowel op het gebied van dierenwelzijn als op het gebied van een transparante administratie. Verder kent de VOND de voorwaarde dat haar leden zich specialiseren naar diersoorten en dat niet-prioritaire soorten worden doorgestuurd naar voor die soorten aangewezen VOND-leden. Ook dient het onbetwistbaar te zijn dat er niet met dieren wordt gehandeld en gefokt. De Stichting Nederlands Opvangcentrum voor Papegaaien (N.O.P.) is in 1998 toegetreden als lid van de VOND. In de uitzending van 12 januari jl. van het televisieprogramma TROS-Radar stond het functioneren van het opvangcentrum voor papegaaien centraal. Hierin werd de indruk gewekt dat de werkwijze van het N.O.P. niet transparant is en ten koste gaat van het welzijn van de dieren. In dit beeld over het functioneren van het N.O.P. zag het bestuur van de VOND voldoende aanleiding om te onderzoeken of het N.O.P. nog voldoet aan de eisen die de VOND aan haar leden stelt. Het VOND-bestuur heeft daartoe het onderzoek van de heer A.H. Dorresteijn, uitgevoerd in opdracht van de Raad van Toezicht van het N.O.P., naar de werkwijze en het functioneren van het N.O.P. afgewacht, zodat het daar zijn conclusies aan kon verbinden. Hierover is zowel met dhr. Dorresteijn als met dhr. Van Baar, voorzitter van de Raad van Toezicht contact geweest. Helaas heeft het bestuur van de VOND geconstateerd dat het door de heer Dorresteijn uitgevoerde onderzoek het bestaan van vele misstanden bij het N.O.P. bevestigt en/of deze onvoldoende kan weerleggen[1]. Zo is de sterfte extreem hoog, zijn de activiteiten van het N.O.P. niet helder van elkaar gescheiden en ontbreekt een afdoende administratie. De VOND is van oordeel dat uit het rapport blijkt dat het functioneren van het N.O.P. te veel te wensen over laat en dat dit resulteert in grote welzijnsproblemen bij de opgevangen papegaaien. Ook het gegeven dat eerder onderzoek in 1997 in opdracht van het Openbaar Ministerie het zelfde beeld opriep en dat het N.O.P. sindsdien geen verbeteringen heeft doorgevoerd geeft onvoldoende hoop op een omslag op korte termijn. In een reactie van het N.O.P op de bevindingen van dhr. Dorresteijn heeft men aangegeven niet voornemens te zijn om de werkwijze te veranderen en de opvang te verbeteren. Dit baart ons als branche vereniging grote zorgen. Aan het lidmaatschap van de VOND zijn volgens de statuten en het krachtens deze statuten door de Algemene Ledenvergadering vastgestelde Huishoudelijk Reglement en de Gedragscode voor Opvangcentra van Uitheemse Diersoorten, verplichtingen verbonden. Aan deze verplichtingen blijkt het N.O.P. niet te voldoen. Derhalve heeft het bestuur van de VOND moeten besluiten het lidmaatschap van N.O.P. met onmiddellijke ingang te beëindigen. Almere, 15 mei 2009
[1] De Stichting Nederlands Opvangcentrum voor Papegaaien anno 2009. Een rapportage, dhr. A.H. Dorresteijn, 29 maart 2009.